Introduction
We think the World as we know is been controlled by the supernatural, and we are right, will we come on the point we think gods control our world, or demons or angels and even one god. Even the big bang is not right.
Out world is actually controlled by spirits of the universe. Ghost or better; spirits.
These spirits keep the world like it is now, there make sure there is always a balance between good and evil.
These spirits are divided in the four elements, every spirits has is own task in this world. All the spirits in this world are in contact with the universe and the stars around us, whereby they can fulfill their task as spirit.
This is the story of Myez, a new spirit.
Chapter 1
Een licht briesje streek door mijn vacht, en deed mijn geveerde vleugels doen ritselen. Het was een stille, wolkenloze nacht, waarbij de sterren aan de hemel goed te zien waren.
Aan de horizon lichtte de lucht nog een beetje paarsachtig roze, maar voor de rest was de hemel donkerblauwig zwart.
Ik lag op mijn rug, mijn vleugels naast mijn zijden gevouwen, in het koude sneeuw van de bergen. Zuchtend dacht ik na over het gezellige, sociale leven in ons dorp. Als ik nadacht over de kinderen die 's avonds laat nog op straat speelden, kreeg ik heimwee naar míjn jeugd. Ik miste de tijden dat ik zorgeloos de dag door kwam. Niet dat ik nu nog vele zorgen had, maar toen had ik nog geen echte verplichtingen en verantwoordelijkheden.
Een hekel had ik daaraan: verantwoordelijkheden. De druk op je schouders, en dat je elke dag, elk uur, elke minuut aan de problemen dacht… Nah, niets voor mij.
Het enige probleem was dat mijn 'zorgeloze leventje' binnen enkele uren veranderde in een spannend, avontuurlijk leven. Vol met verplichtingen.
Op momenten dat ik aan mijn jeugd dacht – zoals op het moment dat ik in het sneeuw, onder de wolkeloze, donkere hemel lag – dacht ik altijd automatisch aan het levendige dorp. Onderaan het Zuidelijkste gedeelte van Neopia, vlak voor de besneeuwde vlaktes en onderaan de Verloren Woestijn, liggen de woeste bergen die nauwelijks bevolkt zijn. En die eigenlijk totaal niet bevolkt horen te zijn. Onze eeuwenoude volken in de bergen zijn oorspronkelijk bewoners van de Gruwelberg. In een van de hoge bergen van de Gruwelberg leefde er eens een volk, verdeeld over drie steden, die met elkaar verbonden waren met ondergrondse gangen in de berg. Sommige bewoners woonden zelfs in een ingehouwen huis in enkele gangenstelsels.
De oorspronkelijke bewoners waren goed bestemd tegen de kou, maar er kwamen vijf jaren, zo koud, zo ijzig koud, dat zelfs de oorspronkelijke bewoners bijna ten onder gingen.
De vijf lange, ijzige jaren waren te zwaar voor bijna twintig inwoners. Nergens was er meer voedsel te vinden, waardoor er ook nog eens enorme hongersnood ontstond_
Om aan het onheil te ontsnappen vertrokken de bewoners van de drie steden (die ondertussen ondergronds waren gaan wonen om zichzelf tenminste nog een béétje van de kou te beschermen) over het gebied van Shenkuu, Altador en omstreken naar de zuidelijke bergen van Neopia.
Het klimaat was daar ook even guur, ruig en ijzig als in het noorden, maar goed genoeg om er in iedergeval te kunnen wonen.
Dus nu zijn de bergen door ons bevolkt. Niet veel neopieërs weten ervan, en dat houden we liever ook zo. Het is prima zo.
Terwijl ik naar de donkere hemel lag te staren, zag ik plotseling een vallende ster aan de hemel voorbij trekken. Niet een enorm bijzonder moment, maar altijd mooi om aan te zien. Maar deze ster viel wel heel erg op. Zelf was het een grote, heldere bol, maar de staart van de ster was extreem lang, en helder. Langzaam verdween de ster naar de horizon. Ondertussen was er een helder groen, geelachtig licht aan de donkere hemel ontstaan_ Het poollicht, ook al een zeldzaam iets.
Met zachte golven verspreidde het licht zich aan de hemel, als een groot, verlicht laken. Geobsedeerd staarde ik naar het groenige licht. Een klein briesje streek opnieuw langs me. Op een rare manier hoorde ik zachtjes mijn naam. Verbaasd keek ik op, en keek om me heen. Niets. Waarschijnlijk was het de wind die langs de besneeuwde toppen van de bergen streek.
Maar na een tijdje viel het me op dat het licht zich in rare vormen 'wrong'. Opnieuw hoorde ik mijn naam, terwijl een hardere wind zich een weg door de bergtoppen blies. En nog een keer, luider. Ik begon me zorgen te maken.
Opnieuw streek de wind langs me, en opnieuw leek het mijn naam te roepen. Het licht begon zich sneller, en vloeiender te bewegen.
Op een beangstigend moment dacht ik dat het naar mij probeerde te graaien. Maar op een of andere manier obsedeerde het me. De vloeiende, golvende bewegingen waren zo soepel en zacht, dat ik het wilde aanraken. Ik stond op en probeerde naar het licht te graaien, evenals het licht naar mij leek toe te vloeien.
Kleine lichtstroompjes maakten zich los van het grote, enorme poollicht, en gleden langzaam en sereen naar me toe. Ik probeerde een lichtstroompje rond mijn staart vast te grijpen, maar ik leek ernaast te grijpen. Verward bleef ik stil staan, draaierig van alle lichtstromen om me heen. Nogmaals riep de wind mijn naam, en het volgende moment werd ik opgetild. Ik zag niet door wie, of door wat, maar ik werd opgetild.
De kleine lichtstroompjes begonnen nu wild om me heen te kolken, terwijl ik door het niets werd opgetild in de lucht. Ik dreef, met de lichtstroompjes om me heen golvend, naar het poollicht toe. Er leek geen eind aan te komen, maar toch leek het poollicht zo dichtbij.
Het draaierige gevoel werd erger, en op een een of andere manier voelde ik me duf en slaperig worden. Op het moment dat ik werd opgenomen in het poollicht, dat nu soepel en golvend om me heen begon te vloeien zoals de kleinere lichtstroompjes deden, zakten mijn ogen dicht. Er was geen licht meer, voor even.
Chapter 2
Toen ik wakker werd, was het dag. Ik knipperde met mijn ogen tegen het felle zonlicht. 'Waar ben ik?' was het eerste dat in me op kwam. Waar ben ik? zei ik het daarna hardop, niet tegen iemand in het bijzonder.
Ben je wakker? sprak een oude, maar zachte stem.
Geschrokken opende ik opnieuw met mijn ogen. Huh? Ik keek om me heen, en zag een oude Lupe in de hoek zitten op een stoel. Geïnteresseerd keek de Lupe me aan. Hij droeg een grijs gewaad, met een donkerbruine mantel. Zijn vacht was crèmeachtig lichtgrijs, met lichtbruine vlekken in zijn nek, en op zijn armen. De lange, pluizige en verweerde staart had ook her en der lichtbruine vlekken, en lag onbeweeglijk naast hem.
Je bent dus wakker. glimlachte de Lupe.
Uh, ja… Blijkbaar. mompelde ik.
Hoe heet je? vroeg de Lupe vervolgens.
Myez. Ik kom uit het zui-
Ja, dat weet ik wel. grinnikte de Lupe.
Ik keek rond. Ik bevond me in een hoekige kamer, alle muren waren wit en de vloer en zelfs het plafon. Het maakte me duizelig.
De gevlekte oude lupe stond op zijn twee achterpoten naast me en keek me keurend aan. Rond zijn snoet waren alle haren grijs en over zijn vacht ging een grijze tint. Je kon zien dat hij al oud was, maar ik had geen iedee hoe oud. Zijn oren hingen vriendelijk naar beneden, hij straalde kalmte uit.
Waar ben ik ? Meer kon ik ook niet uitbrengen.
Dat is een lang verhaal grinnikte de oude lupe weer, laat ik mijzelf voorstellen ik ben Wald.
Ik denk dat je vast wel wilt weten waar je bent ?
Ja zei ik, en meer om te zeggen had ik ook niet want de lupe begon gelijk weer te praten
Nou, Myez.. grinnikte Wald vrolijk alsof hij er lol in had dat ik niet wist waar ik was.
Hoe denk jij dat onze planeet Neopia in evenwicht blijft ?
Eh
Juist ja, dat weet niemand en weer liet hij me niet uitpraten.
Niemand weet ook hoe Neopia is ontstaan al eeuwen proberen wetenschappers dat uit te vinden maar hat zal ze toch niet lukken. En weer grijnsde hij.
Myez, de neopia zo als jij hem kent is niet ontstaan door een god of zelfs meerdere en al helemaal niet door de oerknal. Terwijl Wald het woord oerknal vol met sarcasme uitspreekt zie ik hem weer grinniken.
Deze wereld word bestuurd en in balans gehouden door spirits, spirits zijn gewoon neopets of andere wezens ze leven ook gewoon onder ons alleen ze hebben een belangrijke taak.
Elke spirit is gekoppeld aan een sterrenbeeld, die deze al bij zich draagt vanaf hun geboorte zoals iedereen eigenlijk.
Elk sterrenbeeld is gekoppeld aan een element, een kleur, een metaal en een planeet in ons zonnestelsel. Door al deze factoren zijn er heel veel mogelijkheden.
Als een spirit vergaat doordat deze gewoon klaar is, zal er een vallende ster aankondigen dat hij is gestorven.
De ster waar deze neerstort bepaald wie die opvolger wordt, en wie de taak van de spirit zal overnemen.
Dus eigenlijk, ben ik de uitverkorene ? zei ik vrolijk.
Nee zei Wald kil. Er zijn geen dingen als uitverkorene, de sterren kiezen gewoon het organisme dat het beste bij die taak past, meestal hebben ze niet zo heel veel keus trouwens.
Ik knikte, al die dorpslegendes die in mijn kinderjaren zijn verteld zijn dus niet waar dacht ik bij mijzelf. Er bestaan geen geesten die de seizoenen regelen of goden die bepalen wanneer we sterven. Alles word gewoon bepaald door een stelletje oude neopets.
Wald hield zijn hoofd schuin, snap je het ? mompelde hij.
Ik denk van wel en ik knikte.