Welkom, guest

Navigatie

Introductie

Spelling

Grammatica

- Lidwoorden

- Werkwoorden, basis

- Werkwoorden, verleden tijd

- Werkwoorden, voltooid deelwoord

- Meervouden

- Bijvoeglijke naamwoorden

- Leestekens

- Dit, deze, dat en die

Een lesje Nederlands

Wil je niet voor gek staan op de prikborden? Dan is dit de pagina voor jou!
Ik zal hier een aantal belangrijke regels van de Nederlandse grammatica uitleggen.

Waarom heb ik deze pagina gemaakt?

Ik heb deze pagina gemaakt omdat ik ten eerste gek word van MSN taal. Het is vreselijk om dat te lezen, want het is vreselijk moeilijk te begrijpen voor mensen van mijn leeftijd. En ik ben bang dat mensen die dit soort taal gebruiken op internet, het ook op school zullen gebruiken in toetsen. Dan krijgen die mensen een onvoldoende en dat vind ik zielig.
Daarnaast valt het mij de laatste tijd op dat mensen de moeite niet meer nemen om goed te spellen. Zo zag ik iemand die het woord "soeken" gebruikte. Wel twee keer, dus het kan geen typfout geweest zijn.

Extra opmerking! Ik hoop dat mensen met dyslexie zich niet te veel aangesproken zullen voelen. Ik begrijp dat het moeilijk is om dingen goed te typen.
Ik heb deze site gemaakt, omdat mensen die constant in MSN taal spreken zich er eens van bewust moeten worden dat het verschrikkelijk irritant is. Het lijkt mij zelfs (maar dit weet ik natuurlijk niet zeker), dat dyslectici zelf ook moeite zullen hebben met het begrijpen van MSN taal.

Spelling

Het eerste onderdeel van deze pagina is spelling. Leer spellen!
Een typfoutje maakt iedereen, dus dat is geen ramp. Maar zodra mensen altijd dezelfde fouten maken in woorden (bijvoorbeeld door de s en z te verwisselen, of door v en f door elkaar te halen), kan het behoorlijk irritant zijn, en zul je erg dom overkomen.
Er zijn veel sites op internet te vinden waar je de spelling van woorden na kan kijken. Als je twijfelt kun je zelfs een tekstverwerkingsprogramma (mooi scrabblewoord, vind je ook niet?) gebruiken. MS word is een redelijk programma hiervoor. Daarnaast is de site vandale.nl een heel goed woordenboek, wat je gratis kan gebruiken.

Grammatica

Deel 1: de, het en een.
Een belangrijk element in de Nederlandse taal zijn lidwoorden. Dit zijn de woordjes de, het en een. Ik zal een makkelijke manier geven om te onthouden welke je moet gebruiken.
Het woord een kan altijd voor een woord gezet worden. Bijvoorbeeld een huis. Het gaat hier niet om een specifiek huis, maar om een huis in het algemeen.
De en het worden al lastiger. Meestal is het op taalgevoel goed te doen, maar veel mensen hebben hier moeite mee. Dit zijn voornamelijk mensen die Nederlands pas later in hun leven hebben leren spreken. In woordenboeken staat ook altijd bij woorden welk lidwoord bij een woord hoort.
Verkleinde woorden gebruiken altijd het als lidwoord: het huisje, het hondje, het jongetje.
Woorden in het meervoud beginnen altijd met de: de huizen, de honden, de jongens. Dit telt zwaarder dan verkleinde woorden, dus het wordt: de huisjes, de hondjes, de jongetjes.
Samengestelde woorden (woorden die uit twee woorden bestaan) gebruiken altijd het lidwoord van het tweede woord waaruit het samengestelde woord bestaat. Bijvoorbeeld vakantiehuis (de vakantie, het huis) wordt het vakantiehuis, omdat voor huis altijd het komt.

Deel 2: werkwoorden, de basis.
Met werkwoorden lijken mensen vaak moeite te hebben. Vooal met d's en t's. De basis van werkwoorden, tegenwoordige tijd, zal ik eerst uitleggen.
  • lopen
  • Ik loop
  • hij/zij/het loopt
  • wij/jullie/zij lopen
  • werken
  • Ik werk
  • hij/zij werkt
  • wij/jullie/zij werken
  • slagen
  • Ik slaag
  • hij/zij slaagt
  • wij/jullie/zij slagen
  • worden
  • Ik word
  • hij/zij wordt
  • wij/jullie/zij worden
Hier is het hopelijk duidelijk, dat alle werkwoorden hetzelfde doen. Ik is stam, hij/zij is stam + t, wij/jullie/zij is het volledige werkwoord. Alleen met jij is wat vreemds aan de hand:
Al het werkwoord na jij komt, gedraagt het zich hetzelfde als bij hij/zij/het. Bijvoorbeeld: Jij gaat met ons mee.
Komt het werkwoord voor jij, zoals in een vragende zin, dan gedraagt het werkwoord zich juist alsof het na ik komt. Bijvoorbeeld: Ga jij met ons mee?


Deel 3: werkwoorden, verleden tijd.
Werkwoorden in het Nederlands veranderen vreselijk veel in de verleden tijd. In het woordenboek staat altijd de verleden tijd erbij. Het mooie is, dat enkelvoudige woorden (ik, jij, hij, zij, het) hetzelfde doen, en meervoudige woorden (wij, jullie, zij) zijn ook hetzelfde.
  • lopen
  • Ik/jij/hij/zij/het liep
  • wij/jullie/zij liepen
  • werken
  • Ik/jij/hij/zij/het werkte
  • wij/jullie/zij werkten
  • slagen
  • Ik/jij/hij/zij/het slaagde
  • wij/jullie/zij slaagden
  • werden
  • Ik/jij/hij/zij/het werd
  • wij/jullie/zij werden
Bij regelmatige werkwoorden, zoals werken en slagen, is er een eenvoudig ezelsbruggetje om te onthouden of er een d of t achter de basis komt.
t kofschip of t ex kofschip (kimmehhhh gaf mij het tweede ezelsbruggetje) de vetgedrukte letters zijn de letters waarachter een t komt. Alle andere letters krijgen een d. Dit geldt ook voor voltooid deelwoorden.

Deel 4: werkwoorden, het voltooid deelwoord.
Bij onregelmatige werkwoorden is het soms even puzzelen, maar deze vorm zal altijd in het woordenboek staan.
Bij regelmatige werkwoorden geldt de regel van 't kofschip (de x telt als s) of 't ex-kofschip voor de laatste letter. Gewerkt, geslaagd.
Voor een voltooid deelwoord komt het woord zijn of hebben.


Deel 5: meervouden.
Als je een woord in het meervoud zet, komt er meestal -en achter. Bijvoorbeeld: planten.
Er zijn uitzondereingen. Bijvoorbeeld woorden met een korte klank in het midden, zoals bal. Als je daar gewoon -en achter plakt, wordt het balen, en dat is iets heel anders. In dit geval plak je er een extra medeklinker achter: ballen.
Bij woorden met een dubbele klinker doe je het omgekeerde: je haalt een van de klinkers weg. baal wordt balen, schaap wordt schapen.


Deel 6: bijvoeglijke naamwoorden.
Bijvoegelijknaam woorden hebben twee vormen: een met e aan het eind, een zonder. Bijvoorbeeld.
Om erachter te komen welke je moet gebruiken is het het makkelijkst om te kijken welk lidwoord je gebruikt. Is het de of het, dan gebruik je de vorm met de e aan het eind: het grote huis, de rode bal. Is het een, dan ligt het eraan: een woord wat normaal met de begint, krijgt het een bijvoegelijk naamwoord met e aan het eind, als het normaal het is, is het zonder e: een groot huis, een rode bal.

Deel 7: leestekens.
Een heel belangrijk iets: leestekens. Gebruik je er geen, dan begrijpt bijna niemand wat je bedoelt.
Gebruik aan het einde van de zin in ieder geval altijd een leesteken. Een punt (.), uitroepteken (!) of vraagteken. Gebruik altijd een punt, behalve als je iets uitroept. Dan gebruik je een uitroepteken. Als je iets vraagt, gebruik je altijd een vraagteken.
In het midden van de zin kun je komma's (,), puntkomma's (;) of dubbele punt (:) gebruiken.
Een komma gebruik je bij opsommingen, of voor sommige 'signaalwoorden'. Maar en als zijn hier voorbeelden van.
De puntkomma gebruik je bij een opsomming die bestaat uit meerdere zinnen.
De dubbele punt gebruik je als je uitleg geeft.


Deel 8: dit, deze, dat, die
Het gebruik van deze aanwijzende voornaamwoorden heeft alles te maken met de, het en een.
Dit gebruik je als iets dichtbij is, en normaal "het" voor het woord staat. Bijvoorbeeld: dit hek. dat werkt hetzelfde, het is ook een vervanging voor het, maar dan voor dingen die ver weg zijn: dat hek.
Deze en die worden in plaats van de gebruikt, en bij meervouden. Bijvoorbeeld deze bal, deze honden, die bal, die ballen. Deze wordt gebruikt bij iets wat dichtbij is, die wordt gebruikt wanneer iets ver weg is.
Als je ook een bijvoegelijk naamwoord gebruikt, is het altijd de vorm met e aan het eind: deze rode bal, dit rode hek, die rode ballonnen.
Layout door fresh_air_elemental, gids door fresh_air_elemental. Als je zonder onze toestemming iets kopiëert en doet alsof je het zelf geschreven hebt, heb je een probleem.
Als je iets weet wat ik kan toevoegen of als je een fout ziet, mail dan naar fresh_air_elemental.



NEOPETS, characters, logos, names and all related indicia
are trademarks of Neopets, Inc., © 1999-2009.
® denotes Reg. US Pat. & TM Office. All rights reserved.

PRIVACY POLICY | Safety Tips | Contact Us | About Us | Press Kit
Use of this site signifies your acceptance of the Terms and Conditions